Bron : Volkskrant.nl


JAKARTA/BONGAS - Makelaars ronselen meisjes voor de prostitutie. En ouders weten vaak donders goed wat met hun dochter zal gebeuren.

De avond valt boven Jakarta Kota. Terwijl de avondspits op de boulevards vastkoekt in de chaos, komen de zij- en achterstraten van dit deel van het Chinatown van Jakarta tot leven. Neonreclames strooien hun rode en gele lichtspetters in schemerige buurtjes. Meisjes op straathoeken lokken de mannen naar de karaoke-huizen waar niet alleen wordt gezongen en de massagesalons die adverteren met ‘plus plus’.

Yati (niet haar echte naam) komt uit een dorp in het regentschap Indramayu, vier uur rijden hiervandaan. Zij zat nog op school, maar dat was voor haar ouders geen beletsel om haar mee te geven aan een ‘makelaar’.

Haar vader kon het schoolgeld niet opbrengen, en Yati menstrueerde al. Als je menstrueert ben je groot genoeg om kinderen te krijgen, en als je groot genoeg bent om kinderen te krijgen ben je ook groot genoeg om te werken.

De ‘makelaar’ die meisjes kwam ronselen, beloofde gemakkelijk werk en goed geld. Haar ouders geloofden hem, omdat zij hem wílden geloven.

In heel Indramayu kun je de bewijzen zien van het ‘succes’ van de meisjes die uit werken zijn gegaan. Tussen de povere bamboehuisjes verrijzen mooie huizen, soms twee verdiepingen hoog, gebouwd van het geld dat dochters naar huis hebben gestuurd uit Jakarta, Taiwan, Japan, Singapore, Maleisië, Hongkong of Saoedi-Arabië. Haar ouders gaven Yati daarom graag mee.

De makelaar bracht haar naar Kota, waar hij haar overdroeg aan ‘een Chinees’ die voor een paar miljoen rupiah (enkele honderden euro’s) haar eigenaar werd. Zij werd meteen aan het werk gezet in een ‘massage plus plus’ salon. Wat dat werk was, en wat ‘plus plus’ betekende, zouden de klanten haar wel vertellen.

Zij is pas elf, maar lijkt veel ouder. Zij heeft al borsten, draagt strakke kleren en met haar make-up kan zij doorgaan voor achttien, zoals in haar valse papieren stond.

Nono Dariono bekijkt haar met de blik van een keurmeester. Hij werkt voor Kusuma Bongas, een lokale organisatie die meisjes als Yati weer op de been probeert te helpen. Dariono is een overloper: hij is zelf ‘makelaar’ geweest, en kan het nog steeds niet laten meisjes te ‘keuren’. ‘Je zoekt meisjes die lef hebben, of kwetsbare meisjes, die net in de steek zijn gelaten door een vriendje; of jonge vrouwen die door hun man zijn bedrogen. Je bepraat ze met zoete woordjes en mooie beloftes. Ze geloven alles.’

Yati’s ouders hebben volgens hem wel degelijk geweten waar hun dochter terechtkwam. ‘Iedereen in Indramayu weet wat er gebeurt als je je dochter meegeeft aan zo’n makelaar.’ Ook Yati zelf moet het hebben geweten. ‘Zelfs de schoolkinderen hier weten alles’, zegt Dariono.

Yati heeft ingestemd met een interview, maar als het gesprek verschuift naar hoe het haar in Jakarta is vergaan, springt zij plotseling op en rent het huis uit, om niet meer terug te komen. Van een afstand loert zij tot het bezoek is vertrokken.

Yati’s vader zit op het bankje voor zijn tweekamerwoninkje. Hij zegt dat hij dacht dat zijn dochter in de huishouding zou gaan werken, maar overtuigend klinkt het niet. Zodra Yati in Jakarta was, is hun verteld wat hun dochter daar deed. Zij hebben niets ondernomen om haar terug te halen.

Yati werd op 24 januari opgepakt bij een razzia van de politie, samen met 150 andere sekswerksters. 90 procent van de meisjes kwam uit Indramayu – een van de armste streken van Java. Meer dan 70 procent van de inwoners zijn dagloners die amper genoeg verdienen om zich in leven te houden. Deze streek staat bekend als een leverancier van prostituees. Prostitutie wordt hier allang niet meer beschouwd als een schande; het is een manier om aan geld te komen.

‘Geld is het enige wat telt voor de mensen hier’, zegt Wisnu Prasadja, hulpverlener van Kusuma Buana in Jakarta. Met geld van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en Terre Des Hommes probeert hij de vicieuze cirkel te doorbreken.

‘Ze vragen niet wat een meisje moet doen, ze vragen alleen wat het oplevert. Meisjes worden gezien als een kostbaar bezit. Een meisje hoeft maar één keer vijf minuten te ‘bewegen’ en ze heeft honderdduizend rupiah (tien euro) verdiend, zeggen ze hier. Een jongen moet voor dat geld vijf dagen hard werken.’

Erwati (ook niet haar echte naam) is vijftien. Zij is net als Yati enig kind, en is net terug uit Maleisië. Ze wilde zelf naar het buitenland om te werken en haar ouders te helpen, zegt ze. Een tussenpersoon smokkelde haar de grens over naar Maleisië, ze kreeg een paspoort waarin stond dat ze 24 was. Zij zou in een restaurant gaan werken. Zij geloofde het, zegt ze, maar toen ze werd ondergebracht in een hotel waar al dertig meisjes uit Indramayu woonden, begreep zij meteen waar ze was terechtgekomen.

Erwati werd in nieuwe kleren gestoken en overhandigd aan haar eerste klant. Zij had geluk. Hij liet haar achter op de hotelkamer toen ze maar bleef huilen en zich opsloot in het toilet. Zij kon ’s nachts ongezien vertrekken en vluchtte naar de Indonesische ambassade, die haar terugstuurde naar Jakarta. Nu is zij weer thuis. ‘Ik schaam me’, zegt ze. ‘Ik wilde gaan werken om mijn ouders te helpen. Dat is mislukt.’ Internationale hulpinstanties betalen nu haar schoolgeld en Erwati is vastbesloten haar school af te maken.

De razzia van januari heeft Yati bevrijd uit de salon, waar zij drie maanden avond aan avond heeft gewerkt. Ze gaat weer naar de zesde klas van de lagere school, en ook haar schoolgeld wordt betaald. Maar Dariono denkt dat ze al te diep in de prostitutie heeft gezeten om er zo gemakkelijk weer uit te komen.

‘Het zou mij niets verbazen als ze teruggaat naar Jakarta’, zegt Dariono. ‘Vlak nadat ze was teruggebracht is ze al een keer weggelopen. Ze werd opnieuw gepakt, tijdens een razzia in dezelfde buurt. Dus het leven daar trekt aan haar. Toen ze werd opgepakt had ze 1,2 miljoen rupiah (ruim honderd euro) op zak. Die heeft de politie in beslag genomen, als bewijsmateriaal. Yati blijft maar vragen naar dat geld. Dat is kennelijk het enige waaraan ze denkt.’